Cultuurparticipatie in de levensloop

Categorie: 

Tags: 

Omschrijving: 

Wie  vroeg kennis maakt met cultuur, maakt ook op de latere leeftijd meer kans  om aan cultuur vaak te participeren. Die kans is groter wanneer de eerste kennismaking in gezelschap van de ouders gebeurt. Dat is de voornaamste conclusie van het onderzoek van Inneke Naegel over cultuurdeelname in de levensloop en de rol van de ouders daarin. 

Evolutie in participatie

De participatie aan cultuur begint meestal rond de leeftijd van tien jaar in de bioscoop. Daarna volgen museum en theater, rond de leeftijd van veertien à vijftien jaar. De klassieke muziek komt veel later, pas op negenentwintig jaar. De leeftijd waarop het eerste bezoek plaatsvindt is sterk afhankelijk van het milieu waarin mensen opgroeien. Zo hebben sommige kinderen al vóór hun tiende deelgenomen aan verschillende culturele activiteiten en komen andere nooit  in aanraking met andere cultuurvormen dan de bioscoop.

Rol van de ouders en de school

Wie in contact komt met cultuur vóór achttien jaar, doet het ruim de helft van de gevallen in gezelschap van de ouders. De school  verzorgt de introductie voor één derde van de kinderen en speelt in de meeste gevallen een verstevigende rol in de cultuurparticipatie.

In de adolescentie wordt de afstand tussen ouders en kinderen toe, ook op cultureel gebied. De participatie van jongeren uit cultureel actieve kent een lichte daling,  terwijl de jongeren uit minder actieve gezinnen juist iets vaker aan cultuur deelnemen.  Maar in het algemeen blijft het patroon vrij constant:  wie op jonge leeftijd met de ouders kennis heeft gemaakt met cultuur, blijft later, ook als volwassen, actief deelnemen.  De opleiding, het beroep of het inkomen spelen daarbij geen grote rol. Enkel het ouderschap heeft een negatieve invloed op de cultuurparticipatie: zodra de kinderen zich aandienen, daalt de deelname aan culturele activiteiten.