Bevolkings- en publieksonderzoek

Categorie: 

Tags: 

Zelf mee aan de slag: 

Omschrijving: 

Onderzoek is een belangrijke manier om inzicht te krijgen in je publiek, maar het is een dure aangelegenheid. Veel organisaties beperken zich dan ook (noodgedwongen) tot nattevingerwerk. En over het algemeen zitten ze er niet eens zo ver af wat hun eigen publiek betreft. Het grote probleem is de kennis van mensen die weinig of niet komen. Dit is een belangrijk argument om toch te investeren in (collectief) onderzoek.




  1. Kennis van je (potentiële) publiek is een belangrijke voorwaarde voor een doeltreffend beleid. Welke publieksgroepen participeren aan het gemeentelijke of regionale cultuurleven en welke niet? En vooral: waarom niet? Ligt het aan een gebrek aan informatie, een te hoge kostprijs, een onaangepast aanbod of een algemene desinteresse? Elke reden vergt een andere beleidsaanpak.
     


  2. Publieksonderzoek geeft een antwoord op wie vandaag al participeert. Alleen een bevolkingsonderzoek kan duidelijkheid verschaffen over wie niet participeert en waarom niet. Bij publieksonderzoek worden enkel de gebruikers bevraagd. Bevolkingsonderzoek bevraagt ook de niet-gebruikers en kan daardoor een inzicht verschaffen in de oorzaken van het niet-gebruik.
     


  3. Wat bevolkingsonderzoek betreft, zijn er een aantal bronnen beschikbaar met vergelijkbare data over heel Vlaanderen: algemene bevolkingsstatistieken van APS, de VRIND-indicatoren, de bevolkingssurvey van Re-Creatief Vlaanderen, Thuis in de Stad / Stadsmonitor en sinds kort de regionale indicatoren. Kijk daarvoor bij de leestips in het kaderstukje hiernaast.
     


  4. In de commerciële sector kunnen op basis van klantengegevens publieksprofielen samengesteld worden. Op basis van deze profielen kunnen bedrijven hun marketingacties zo effectief mogelijk maken, door zich te concentreren op segmenten die het meeste potentieel bieden. In Nederland, waar het systeem Mosaic erg verfijnd is, werden de commerciële profielen doorvertaald naar culturele profielen.
     


  5. Naast onderzoek op instellingsniveau kun je ook collectief publieksonderzoek ondernemen, op niveau van een gemeente of regio. En dit niet alleen voor organisaties van hetzelfde type zoals musea, maar ook sectoroverschrijdend. Interessant daarbij is de vergelijkbaarheid van de data. Dat stelt je bijvoorbeeld in staat om sectoroverschrijdend te kijken welke organisaties overlappende publieksgroepen hebben. Dat biedt perspectieven op vlak van kruispromotie: bij elkaar voor de deur flyeren, gezamenlijke arrangementen of abonnementsformules ontwikkelen, gezamenlijke acties ondernemen…
     


  6. De gemeente of regio kan een rol spelen in het stimuleren van dergelijk collectief onderzoek om meer inzicht te krijgen in het bestaande cultuurpubliek.
     


  7. Gebruikersonderzoek kan ook slaan op het gebruikers van de collectieve informatiekanalen. Hierbij kun je zowel peilen naar het gebruik van website, magazine of e-zine, de mate waarin mensen gebruik maken van verschillende informatiekanalen, of ze zich ook rechtstreeks informeren bij cultuurhuizen en of de collectieve informatiekanalen aanzetten tot participatie of niet. Bij de praktijkvoorbeelden vind je een aantal voorbeelden van dergelijk onderzoek.