Magazines en brochures

Categorie: 

Tags: 

Zelf mee aan de slag: 

Omschrijving: 

Elke gemeente beschikt wel over een gemeentelijk infoblad, waarin meer of minder aandacht is voor cultuur. Soms blijft het beperkt tot zaken die door de gemeente zelf georganiseerd worden. Andere gemeenten gaan een stap verder en informeren hun lezers ook over andere activiteiten in de gemeente. Een aantal gemeenten zien het nog groter en brengen een apart cultuur- of vrijetijdsmagazine uit.




  1. Op niveau van een gemeente of regio zou het publiek idealiter toegang moeten hebben tot enkele breed toegankelijke en parallelle kanalen voor cultuur- en vrijetijdsinformatie: een gedrukte bron, een digitale bron en eventueel een fysiek / telefonisch informatiepunt. De  koppeling tussen verschillende kanalen is een voordeel. In dat geval kan het publiek immers op elk mogelijk moment toegang krijgen tot dezelfde, betrouwbare informatie, en dit op de manier die hem of haar het beste uitkomt. Het versterkt bovendien de herkenbaarheid. Toch hoeven die verschillende bronnen niet noodzakelijk afkomstig te zijn van dezelfde uitgever. Als er bijvoorbeeld al een zeer goed (commercieel) cultuur- of vrijetijdsmagazine bestaat, is het misschien niet opportuun om de concurrentie te proberen aangaan en kunnen de middelen misschien beter op een andere manier gespendeerd worden. Of kan er gezocht worden naar vormen van samenwerking met de bestaande regionale media.
     


  2. Gedrukte communicatie is niet meer dan een middel om iets te bereiken. Stel dan ook duidelijk vast wie en wat je wilt bereiken. Is je doelgroep bv. jongeren, dan is het misschien nuttiger om sterk in te zetten op digitale kanalen, die bij deze doelgroep veel meer in de smaak vallen dan een gedrukte infobron. Wil je een breed publiek bereiken uit de gemeente en de omliggende regio, mik dan op de ondergrens: de cultuurpassant in plaats van de cultuurfanaat. Een dergelijke keuze heeft zowel invloed op de inhoud, de taal, de distributie en zo verder. Ook de inhoud moet duidelijk afgebakend worden: kies je voor cultuur of een bredere vrijetijdsbenadering? Wat is daarin het relatieve gewicht van de verschillende domeinen? Besteed je ook aandacht aan commercieel aanbod en hoe zwaar mag dat doorwegen ten opzichte van het niet-commerciële aanbod?
     


  3. Cultuur- of vrijetijdscommunicatie op niveau van een gemeente of regio moet bij voorkeur twee functies vervullen: informeren en werven. Een kalender verschaft noodzakelijke basisinformatie maar is niet meer dan een naslagwerk. Dat is goed voor wie al overtuigd is om iets te gaan doen, maar je zet er mensen niet toe aan om te participeren, tenzij aan aanbod dat ze al kennen. Heel belangrijk is prikkeling met beeldende teksten, beeldmateriaal, acties, … die zin geven om het voorgestelde aanbod uit te proberen. Het taalgebruik dient daarbij afgestemd te zijn op de beoogde doelgroep.
     


  4. Wil je aanzetten tot participatie, onderschat dan niet het belang van selectie. Hoe meer informatie er samengebracht wordt, hoe meer behoefte er ontstaat aan tips en suggesties. Denk na over je doelgroep, wat hen kan interesseren. Besteed zowel aandacht aan het uitlichten van het meer populaire aanbod, omdat mensen dat verwachten, als aan onverwachte keuzes. Een volgende stap in het prikkelen van je publiek zijn allerhande acties en wedstrijden. De mogelijkheid om iets te winnen of te krijgen is een beproefde manier om mensen aan te zetten tot actie. Het interessante aan samenwerking op gebied van gedrukte communicatie is dat je een heel afwisselend aanbod van acties kunt bieden aan de lezers. Maak gebruik van dergelijke acties om (contact)gegevens te verzamelen, zodat je het (lezers)publiek beter leert kennen. Zo leg je de basis voor Customer Relations Management (CRM). Je kunt de gegevens achteraf gebruiken voor gepersonaliseerde direct marketingacties.
     


  5. Gemeenten, steden en regio's die zelf een agenda, kunnen gebruik maken van Datarapporten om gegevens uit de UiTdatabank te halen. Zo beschik je in een handomdraai over het basismateriaal voor gedrukte agenda's. Dit materiaal kun je dan verder uitfilteren en redactioneel bewerken. Het document kan vervolgens geïmporteerd worden in Word en andere standaardprogramma's om het in de gewenste opmaak te gieten.
     


  6. Een belangrijk element in het succes van een gedrukt medium is de distributie. Ook die moet afgestemd zijn op de doelgroep. Indien je je cultuur- en vrijetijdskrantje bvb. alleen verspreidt via het netwerk van culturele organisaties, zal het veel moeilijker zijn om de lichte cultuurgebruikers te bereiken. Wil je ook mensen uit de regio bereiken, dan moet je nadenken welke effecten dit heeft op de distributie. Huis-aan-huisverdeling wordt dan wel erg duur. Een alternatief is het plaatsen van displays op geselecteerde locaties. Je kunt ook de mogelijkheid bieden aan de lezers om zich te abonneren, eventueel tegen kostprijs van verzending.
     


  7. Een andere vraag is de frequentie. Bied je een wekelijkse, tweewekelijkse, maandelijkse, jaarlijkse… service? Hierbij dien je verschillende zaken voor ogen te houden: de gemiddelde beslissingstermijn van je publiek, de hoeveelheid cultuuraanbod, het doel van de publicatie, je budget. Hou er rekening mee dat cultuurpassanten minder geneigd zijn om lang op voorhand kaarten te kopen, terwijl de frequente cultuurgebruikers dat makkelijker doen.
     


  8. Voor de creatie van periodiek drukwerk kun je een samenwerking met een regionaal persmedium overwegen. Die samenwerking kan eerder bescheiden zijn of tot een echt partnerschap leiden. Je kunt je eigen brochure of magazine als insert invoegen, waarbij je zelf totale controle hebt over je communicatie en het medium enkel als distributiekanaal gebruikt. Het andere uiterste is een samenwerking waarbij er sprake is van een gezamenlijk geproduceerd (onderdeel van een) magazine of brochure, waarbij het persmedium bijvoorbeeld ook deels instaat voor de (eind)redactie.
     


  9. Besteed voldoende aandacht aan een zo sterk mogelijke koppeling met je andere kanalen. Zorg voor een herkenbare vormgeving en een sterk logo die consequent toegepast worden. Denk er ook aan om in je magazine opvallend te verwijzen naar je andere kanalen en vice versa: websitee-nieuwsbrief, fysiek en telefonisch onthaal… Op die manier ontstaat er een synergie tussen de verschillende kanalen en kunnen ze profiteren van elkaars bekendheid.
     


  10. Pers en media genieten redactionele onafhankelijkheid en werken op maat van hun publiek. Hoe doe je dat in een cultureel gemeentelijk of regionaal samenwerkingsverband? Hou daarbij op de eerste plaats voor ogen waar de behoeften van je publiek liggen, want als zij niet aan hun trekken komen, is je werk hoe dan ook gedoemd tot mislukken. Ten tweede is het interessant om een redactiecel op te richten met een evenredige vertegenwoordiging van de betrokken organisaties, zodat een zeker evenwicht gecreëerd kan worden. Tot slot kun je vooraf een jaarplanning opmaken, waarin alvast alle belangrijke evenementen een plaats vinden. Zo kun je op voorhand bekijken wanneer er conflicterende agenda's zijn en hoe dit opgelost kan worden. Maak vooraf ook duidelijke afspraken welk aanbod al dan niet in aanmerking komt voor de kalender en voor redactionele aandacht en bepaal schriftelijk de selectieregels.