Pers, media en reclame

Categorie: 

Tags: 

Omschrijving: 

Wie op lokaal of regionaal niveau aan collectieve cultuurcommunicatie doet, begeeft zich willens nillens op het terrein van pers en media. Zie je de pers als concurrent of eventueel als partner? Op welke manieren kun je pers en media inzetten voor collectieve cultuurcommunicatie?

  1. Het is erg leerrijk om te kijken welke evoluties zich voordoen in het medialandschap. Zo is er steeds meer een tendens tot multichannelling, waarbij een medium zijn activiteiten uitbreidt over andere kanalen (in VRT-termen ook bekend als "crossmediaal"). Omroepen die actief inzetten op radio, tv én website, kranten die ook websites en magazines beginnen, radiozenders die partnerships aangaan met televisiezenders en samen evenementen en acties organiseren,… De naamwijziging van de VUM (Vlaamse Uitgevers Maatschappij) naar het neutralere Corelio toont duidelijk aan dat 'pers' vandaag niet meer beperkt is tot gedrukte kranten en magazines.
     
  2. Een tweede tendens is de steeds scherpere profilering van de media. Hoe scherper het profiel van elk kanaal, hoe beter ze erin slagen om hun doelgroepen te bereiken. Dat deze strategie zijn vruchten afwerpt, wordt bijvoorbeeld geïllustreerd door de herprofilering binnen de openbare omroep VRT, waarbij elk net een herkenbaar profiel met dito programmering heeft gekregen.
     
  3. Nog een opvallende evolutie is de regionalisering van informatie. In een steeds globaler wordende (informatie)maatschappij is er blijkbaar een grote behoefte aan lokale informatie. Regionale media schieten als paddenstoelen uit de grond en ook nationale media maken steeds meer ruimte voor een gedeeltelijk regionale benadering. Dit bevestigt niet alleen de zin van lokale en regionale cultuurcommunicatie; het biedt ook opportuniteiten voor samenwerking met regionale pers en media.
     
  4. Het pers- en medialandschap in Vlaanderen wordt vandaag gedomineerd door verschillende grote mediagroepen. Is dat belangrijke informatie? Ja. Het is strategisch redelijk belangrijk om de juiste 'voordeur' te kiezen. De combinatie van een magazine van de ene groep met een krant van een andere groep ligt lastig. Combineren blijkt in de praktijk heel moeilijk.
    - Er is de koppeling van Passe-Partout (huis-aan-huisbladen en magazines) met Corelio, vroeger VUM (nationale kranten, regionale radio en regionale tv).
    - Er is een verband tussen Roularta (regionale bladen, regionale magazines en regionale televisie) en de Persgroep (nationale kranten en nationale magazines). Zij zijn bovendien de twee hoofdaandeelhouders van VTM (nationale radio en nationale televisie).

  5. Het oprukkende internet heeft een grote invloed op het verspreiden van gratis informatie. We zijn het zo gewoon om op het internet gratis informatie te vinden over tal van onderwerpen dat dit ook zijn invloed heeft gekregen buiten de digitale wereld. Denken we maar aan de steeds populairder wordende gratis kranten zoals Metro of de Zondag, of de discussie over betalende digitale televisie. Hoewel veel pers en media lange tijd huiverachtig gestaan hebben tegenover het 'gratismodel', blijkt dit in een aantal gevallen toch rendabel te zijn. In dit businessmodel zijn het niet de gebruikers, maar de adverteerders die het medium betalen.

  6. Hoewel ze voorlopig de klassieke media (nog) niet echt bedreigen, winnen digitale media aan belang. Alle grote mediaconcerns investeren sterk in digitale tegenhangers van hun kranten, tv-zenders of magazines, die vaak een complementaire functie hebben. Maar daarnaast bestaan er ook tal van andere digitale media die geen uitstaans hebben met de klassieke pers. Digitale media bieden makkelijker dan andere kanalen de mogelijkheid om in te spelen op specifieke interesses van het publiek. Een krant heeft een beperkt aantal pagina's, op radio en tv is de zendtijd beperkt. Op internet daarentegen is de beschikbare 'ruimte' in principe oneindig, waardoor deze media in theorie makkelijker kunnen diversifiëren naar verschillende publieken toe.

  7. Een tijd geleden was cultuurinformatie op internet veelal beperkt tot websites van cultuurorganisaties of evenementen, of nogal nichegerichte redactionele websites. Onder meer dankzij de UiTdatabank kunnen steeds meer andere media een up-to-date agenda op hun website plaatsen, waardoor de interesse in cultuur en vrije tijd als (makkelijk te verwerven) 'content' van een website stilaan toeneemt.

  8. "Iedereen journalist" is een volgende tendens, die ook sterk beïnvloed wordt door het internet. Vroeger waren massamedia uitsluitend zendergestuurd: één boodschap ging van een zender naar een massa ontvangers. Tegenwoordig is er een andere relatie ontstaan en neemt het publiek ook zélf de rol op van zender: lezersbrieven, recensies, sterrenquoteringen, blogs, fora, polls, … zijn allemaal manieren om je stem te laten horen. Deze "user generated content" (inhoud die aangemaakt wordt door gebruikers) vindt steeds meer zijn plaats binnen de reguliere mediacontent.

  9. Denk bij de benadering van pers en media goed na over wat hen kan interesseren. Stuur nog liever 2 of 3 goed gekozen en op maat geschreven persberichten dan één massamail voor iedereen. Maak minimaal een regionale en een nationale variante, want die hebben totaal andere interesses. Probeer voeling te krijgen met de doelgroep van de media waarvan je de aandacht wilt trekken. Zoek uit welke communicatiestijl ze hanteren en op welke manier ze over cultuur berichten. In een medium met weinig interesse in zuivere cultuur ben je vaak beter af met een totaal andere insteek waarmee je de link legt met je culturele aanbod. Reik creatieve invalshoeken aan op maat van het medium, de kans is dan veel groter dat je de aandacht krijgt die je vraagt.

  10. Naast redactionele aandacht is ook een commerciële samenwerking mogelijk, zowel onder de vorm van mediasponsoring als advertenties. Advertenties in (landelijke) media zijn voor veel cultuurorganisaties onbetaalbaar. Om de kosten te drukken kun je denken aan gezamenlijke reclame. Ontwikkel advertentieformats waaraan verschillende cultuurorganisaties kunnen participeren. Op die manier kun je samen advertentieruimte betalen die onbetaalbaar is indien elke organisatie voor zich zou moeten adverteren.