Samenwerken met regionale pers en media

Categorie: 

Tags: 

Omschrijving: 

De regionale media zijn nog (te) vaak (te) onbekend terrein voor wie bezig is met cultuurcommunicatie. Het is een weinig vertrouwd tussenniveau. De nationale media zijn gemeengoed, de lokale kanalen zitten binnen handbereik, de regionale spelers voelen onwennig aan. Vergelijk het met de bleke positie van de provincie binnen de staatshuishouding. Mensen voelen lokaal en/of denken (inter)nationaal.

  1. De Zone 30, zeg maar het primaire wingewest van elk cultuurhuis, komt vaak letterlijk of gevoelsmatig overeen met de actieradius van de regionale media. Die concentreren zich veelal op een (halve) provincie of een streek. Oost-Brabant of de Kempen of de Westkust. Afbakeningen die herkenbaar en werkbaar zijn.

  2. Samenwerkingsverbanden op gemeentelijk of regionaal niveau die aan cultuurcommunicatie doen, komen op het terrein van deze media. Je kunt ze zien als concurrenten of potentiële partners. Het is belangrijk om je af te vragen welke positionering de eigen cultuurcommunicatie-initiatieven innemen in dit landschap. Als er bvb. al een succesvol vrijetijdsgeoriënteerd magazine bestaat, dan is het misschien niet zinvol om op gemeentelijk of regionaal niveau met iets vergelijkbaars voor de dag te komen. Ofwel kies je dan beter een heel ander profiel of doelgroep, of concentreer je je op andere communicatiekanalen. Ofwel kun je proberen samen te werken met dit medium en de krachten te bundelen.

  3. Regionale media staan open voor vele vormen van samenwerking. Ze hebben daarbij het voordeel dat de communicatielijnen kort zijn en dat het water tussen de redactie en de commerciële afdeling niet erg diep is. Dat betekent dat er veel mogelijkheden zijn naast het klassieke plaatsen van een advertentie (commercieel) of het versturen van een persbericht (redactie). De kunst bestaat erin om je te verplaatsen in de besognes en de interesses van regionale media. Hou daarbij altijd goed voor ogen dat je zelf iets in de aanbieding hebt wat informatief op regionaal niveau kan werken en/of een commerciële (tegen)waarde heeft. En dat een groot publiek zit op te letten.


  4. Onderschat bij samenwerking niet de kracht van een stevig samenwerkingsverband. Je bent niet de kleine speler die bedelt om media-aandacht maar een evenwaardige onderhandelingspartner, die een aantal aantrekkelijke troeven heeft: toegang tot culturele 'content', de mogelijkheid om het distributienetwerk uit te breiden en een groot publieksbereik.

  5. Regionale media bieden tal van mogelijkheden. Alleen zijn die misschien niet zo zichtbaar aan de oppervlakte. Het aanbod is breed. De vraag naar sterke inhoud is groot. De ruimte voor commerciële of redactionele deals ligt open. Denk voluit regionaal (en origineel). Maak persberichten regionaal (en origineel). Geef de programmering een regionale (en originele) rand. Word regionaal (en origineel) door de krachten te bundelen met cultuurorganisaties in de buurt. Doe originele (en regionale) voorstellen aan regionale media. Ga (origineel) praten met regionale media.

  6. Op een paar uitzonderingen na waren (en blijven) regionale media gratis. Dat wil zeggen dat ze hun inkomsten moeten halen uit advertenties. Hun hele werking was gericht op het genereren van financiële middelen. Voor cultuurcommunicatie was dat een dubbel nadeel. Adverteren was moeilijk omdat de tarieven te hoog en het bereik te weinig specifiek waren. Redactionele aandacht bleef lange tijd beperkt omdat ze bijkomstig was.
    Sinds het midden van de jaren '90 is er veel veranderd. De 'regio' is ondertussen flink opgewaardeerd door de media. Er zijn tal van nieuwe initiatieven. Een paar voorbeelden: de opstart van regionale televisiezenders en radiostations, de regionale krant De Zondag, het regionieuws in De Standaard, de opstart van heel wat regionale lifestylemagazines zoals Pas-Uit, City Steps, ... . Nationaal wordt regionaal en regionaal wordt nationaal.

  7. Het zijn veelal nationale mediagroepen die de motor zijn van die veranderingen. Regionale kanalen worden schakels binnen grotere gehelen. Die zijn multimediaal (magazines + radio + televisie + ...) en zijn zowel lokaal, regionaal als nationaal actief.


  8. Het landschap in Vlaanderen wordt vandaag gedomineerd door twee grote kampen. Is dat belangrijke informatie? Ja. Het is strategisch redelijk belangrijk om de juiste 'voordeur' te kiezen. De combinatie van een regionaal magazine van het ene kamp met een nationale krant van een andere groep ligt lastig. Combineren blijkt in de praktijk heel moeilijk.
    - Er is de koppeling van Passe-Partout (huis-aan-huisbladen + magazines) met Corelio, vroeger VUM (nationale kranten + regionale radio + regionale tv) en VRT (nationale radio + nationale tv).
    - Er is een verband tussen Roularta (regionale bladen + regionale magazines + regionale televisie) en de Persgroep (nationale kranten + nationale magazines) . Dit zijn bovendien de twee hoofdaandeelhouders van VTM (nationale radio + nationale televisie).


  9. Al die bedrijvigheid en concurrentie zorgt naast een grotere dynamiek ook voor een gevoelige kwaliteitsverbetering en een inhoudelijke upgrade. Aan redactionele kant groeit de nood aan meer en betere verhalen. Cultuur is daarbij een interessante bron.

  10. De aandacht voor 'zuivere' cultuur is relatief beperkt. Initiatieven zoals de Zone-magazines tonen aan dat er wel interesse bestaat in cultuur als het in een breder vrijetijdskader wordt geplaatst. Hedendaags klassiek blijft hedendaags klassiek en dus moeilijk. Maar mits de juiste insteken is er heel wat mogelijk. Een wetmatigheid: regionale media zijn altijd geïnteresseerd in a) een goed verhaal met een b) regionale dimensie dat een c) zo breed mogelijk publiek bereikt.