Interculturaliteit

Categorie: 

Tags: 

Omschrijving: 

De demografische evolutie plaatst lokale besturen en culturele organisaties de komende jaren voor een fundamentele uitdaging: de grote en nog steeds toenemende etnische diversiteit. Als deze actoren er willen zijn voor alle inwoners, dan moet het beleid ook actief meewerken aan het interculturaliseren van haar cultuurbeleid en cultuurorganisaties. Zoniet wordt een deel van de bevolking a priori uitgesloten. De opdracht is duidelijk. Hoe worden de lokale besturen en organisaties minder eenduidig "wit"? En dit zowel op vlak van aanbod en publiek als organisatievorm (personeel en beheer).

De problematiek van intercultureel lokaal cultuurbeleid is een zeer complexe materie die volop in evolutie is. De informatie die we hier verzamelen, is dan ook niet meer dan een eerste insteek, met specifieke aandacht voor communicatie, promotie en marketing. Onze collega's van LOCUS en DEMOS legden de basis voor onderstaande aandachtspunten.

  1. Een hindernis bij het debat over deze thematiek is dat interculturaliteit moeilijk in cijfers te vatten is. We spreken immers niet alleen over niet-Belgen, maar ook Belgen van de tweede of derde generatie, mensen zonder verblijfspapieren en zo verder. Bovendien is er niet zoiets als "de allochtoon". Verschillende etnisch culturele groepen moeten dan ook op verschillende manieren benaderd worden. Het is van groot belang om een cijfermatig inzicht te krijgen in de uitgangssituatie om een doelgericht (communicatie)beleid te kunnen opzetten. Een intercultureel cultuurbeleid kan ook niet los staan van een intercultureel beleid 'tout court'. Overleg en afstemming met de integratiedienst - als die al bestaat - is dan ook een noodzaak.
  2. Om cultuurparticipatie bij verschillende etnisch-culturele groepen te bevorderen, volstaat het niet om aanbodgestuurd te denken maar moet er ook gekeken worden naar de vragen en behoeften van deze groepen. Het is dan ook belangrijk om vertegenwoordigers van die groepen te betrekken bij het tot stand komen van het cultuurbeleid. Ook een (kwalitatief) onderzoek bij deze bevolkingsgroepen kan helpen om de wensen en behoeften op het spoor te komen. Een pretest van het promotiemateriaal bij leden van de doelgroep is een prima middel om na te gaan of de taal, de toon en de beelden goed gekozen zijn.
     
  3. Natuurlijk spelen taal en taalgebruik een belangrijke rol in de communicatie naar deze specifieke doelgroepen. In sommige gevallen is een meertalige communicatie noodzakelijk om bepaalde bevolkingsgroepen te bereiken. In de commerciële sector heeft men dit al langer begrepen. Als logisch gevolg van haar segmentatiestrategie ontwikkelde GSM-operator Base bijvoorbeeld een specifiek aanbod voor zowel de Italiaanse als Turkse gemeenschap in ons land. De communicatie hierover gebeurt onder meer in hun eigen taal.
     
  4. Samenwerking met allochtone verenigingen en andere intermediairs kan in veel gevallen bruggen bouwen met de allochtone gemeenschap(pen) in een gemeente of regio. Deze organisaties zijn vaak niet vertegenwoordigd in de cultuurraden. Nochtans kan hun betrokkenheid een meerwaarde opleveren voor cultuurbeleid en cultuurcommunicatie op lokaal of regionaal niveau. Vergeet echter niet dat zij geen neutrale doorgeefluiken zijn: vaak hebben ze een eigen kijk op de situatie en moeten ze schipperen tussen hun achterban en de vraagsteller.
     
  5. Samenwerking met allochtone verenigingen blijft vandaag nog al te vaak beperkt tot promotie en ticketing bij hun achterban. De verenigingen worden dus pas betrokken op het moment dat alles al beslist is.
     
  6. Een andere methodiek die vaak gehanteerd wordt, is samenwerking op vlak van omkadering van het aanbod. De bedoeling is hier meestal om drempelverlagend te werken door middel van aangepaste workshops en dergelijke. Ook deze vorm van samenwerking grijpt niet in op het cultuuraanbod zelf. Door de kleinschaligheid van veel van deze initiatieven, realiseren ze echter zelden een meetbaar effect. De methodiek van projectwerking blijkt in de praktijk enkel te werken voor zover er een inbedding is in een langetermijnperspectief en het niet bij losse flodders blijft.
     
  7. Naast het gesubsidieerde aanbod is er ook het domein van de informele cultuur: optredens thuis, op straat, in het café of op feesten. Professionele, semi-professionele, amateuristische en welzijnsactiviteiten lopen hier vaak in elkaar over. Met onder meer festivals kan er een brug geslagen worden tussen professionele en informele cultuur.
     
  8. Hou bij het overbrengen van je boodschap rekening met de culturele achtergrond. Voor etnisch-culturele groepen met een mondelinge traditie schrijf je verhalend. Sommige onderwerpen zoals man-vrouwrelaties, alcohol of homoseksualiteit, botsen op taboes bij bepaalde groepen. Cultuuraanbod waarin deze onderwerpen aangeraakt worden, kunnen niet zonder meer 'vertaald' worden. De communicatie over dergelijk aanbod zal ook wat betreft inhoud en toonzetting aangepast moeten worden.
     
  9. Niet alle communicatiekanalen zijn bruikbaar voor deze doelgroep. Alleen als je boodschap voor allochtone jongeren bedoeld is, kun je hen naar een website doorverwijzen. Voor alle anderen is persoonlijk onthaal via een contactpersoon en telefoonnummer een betere optie. Audiovisuele media hebben het voordeel dat ze aansluiten bij de visuele cultuur van bepaalde etnisch-culturele groepen en daarmee ook analfabete anderstaligen bereikt kunnen worden.
     
  10. Gebruik beeldmateriaal waarbij de modellen en de omgeving herkenbaar zijn voor de doelgroep. Dat kan een etnische benadering zijn, maar ook een maatschappelijke (bvb. familieverband). Gebruik ook foto's van allochtone voorbeeldfiguren. Vermijd stereotiepe beelden zoals een gesluierde vrouw voor een moskee. Als je slechts één beeld gebruikt, kies dan een 'modern' beeld. 'Moderne' allochtonen staan meer open voor nieuwe dingen en vervullen een voortrekkersrol voor de meer traditionele groepen.