Logo en huisstijl

Categorie: 

Tags: 

Zelf mee aan de slag: 

Omschrijving: 

Na het bepalen van de identiteit, de positionering en het imago van de gemeente of regio komt de volgende stap. Hoe kun je dit alles visualiseren? De ontwikkeling van een aangepaste huisstijl is daar een antwoord op.


Tips




  1. Een huisstijl is een visuele representatie die tot doel heeft om een zo consistent mogelijk beeld uit te dragen van waar een organisatie voor staat. De huisstijl is dus het verbindend element dat zorgt voor herkenbaarheid in alle communicatie-initiatieven. Om de herkenbaarheid zo groot mogelijk te maken is het belangrijk om de huisstijl consequent door te trekken in alle communicatie-uitingen, van een website over briefpapier en visitekaartjes tot de inrichting van een balie of zelfs de auto's van het personeel. Hoe groter de visuele eenheid, hoe makkelijker het verband gelegd wordt tussen de verschillende onderdelen.
     


  2. Een belangrijk onderdeel van een huisstijl is het logo. Er bestaan twee types logo's. Het kan gaan om een woordmerk waarbij de naam van je organisatie wordt vormgegeven. Het kan ook gaan om een beeldmerk, waarbij een afbeelding of icoon de kern vormt. Soms is het een combinatie van beide. Enkel grote, internationale merken zijn zo bekend dat ze herkenbaar zijn aan het beeldmerk op zich. De meeste organisaties kunnen zich dat echter niet permitteren.
     


  3. Laat je logo eerst in zwart-wit ontwerpen. Als dat werkt, zal het in kleur zeker werken; het omgekeerde is niet altijd het geval. Let ook op met dégradé en rasters, die in bepaalde toepassingen problemen kunnen geven. Onderzoek ook wat de minimale grootte is waarop het logo nog duidelijk herkenbaar is.
     


  4. Zorg ervoor dat je verschillende bestandsformaten van je logo bij de hand hebt. Een jpeg- of gif-logo is goed voor digitale toepassingen, maar de resolutie is te laag voor drukwerk. Gif is goed voor logo's met een beperkt aantal kleuren. Jpeg is ook goed voor meer kleuren en zelfs foto's. In tegenstelling tot jpeg en gif kun je een vectorieel logo zoveel vergroten als je wil zonder kwaliteitsverlies. Meestal is dat een eps-bestand.
     


  5. Een logo kan ook voorzien zijn van een verduidelijkende slagzin of baseline. Die kan lange tijd meegaan of regelmatig veranderen. Vaak is de baseline een verwijzing naar de positionering van de organisatie of een verduidelijking van de service.
     


  6. Kleuren kunnen bepaalde emoties oproepen, zowel positieve als negatieve. Zo kan rood passie maar ook woede oproepen en wordt wit geassocieerd met puurheid maar ook met afstandelijkheid. Meestal wordt één hoofdkleur en één steunkleur gebruikt. Te veel kleuren kan leiden tot een onoverzichtelijke warboel. Goed om weten: slechts een beperkt aantal kleuren ziet er hetzelfde uit in druk én digitale toepassingen.
     


  7. Daarnaast spelen ook allerlei vormelijke elementen een rol. Onder meer het gebruik van bepaalde lettertypes, de witruimte en de afbeeldingen beïnvloeden de uitstraling. Jong, klassiek, betrouwbaar, flitsend, degelijk, dynamisch…
     


  8. Om de eenheid te bewaren, wordt meestal een huisstijlhandboek opgemaakt waarin regels opgenomen zijn over onder meer kleurgebruik, minimale afmeting van het logo en zo verder. Dat is erg belangrijk omdat er achteraf meestal verschillende mensen nieuwe toepassingen zullen moeten maken van de huisstijl. Dat kan zowel om interne mensen gaan als externe leveranciers. Als zij niet exact weten wat de krijtlijnen zijn, mag je er zeker van zijn dat de kracht van de huisstijl zal verwateren.
     


  9. Hoe moet de huisstijl van de collectieve cultuurcommunicatie zich verhouden tot de huisstijl van individuele organisaties? Dat hangt af van het gekozen model. Als de betrokkenen zich willen presenteren als één geheel, kan het nuttig zijn om te kiezen voor een ver doorgedreven visuele unificatie. Gaat het echter om een los samenwerkingsverband, dan kan het beter zijn om de collectieve cultuurcommunicatie eerder te beschouwen als een medium en/of een netwerk. Als je het als medium beschouwt, is het alsof de individuele cultuurorganisaties aanwezig kunnen zijn in een extra free publicity perskanaal dat een eigen stijl heeft. Als de betrokkenheid van de cultuursector echter actiever is en ze bvb. mee instaan voor de redactie, dan is het belangrijk om ook te benadrukken dat de organisaties deel uitmaken van een netwerk.
     


  10. Hoe moet de huisstijl van de collectieve cultuur- of vrijetijdscommunicatie zich verhouden tot de gemeentelijke huisstijl en eventuele city- of regiomarketing? Hierover lopen de meningen uiteen en er zijn tegengestelde voorbeelden te vinden die elk op hun manier succesvol zijn. Indien het gaat om een samenwerking tussen gemeente(n) en individuele organisaties is het wel belangrijk om voor ogen te houden dat niet alle organisaties zich kunnen of willen scharen onder de vlag van de gemeente. Bovendien moet de vormgeving van cultuur- en vrijetijdscommunicatie wervend en prikkelend zijn om succesvol te kunnen zijn. Sommige gemeentelijke huisstijlen zijn echter eerder ambtelijk en betrouwbaar dan prikkelend en wervend. In dat geval kan het aangewezen zijn om toch een aparte stijl te ontwikkelen, die al dan niet verwant is aan de gemeentelijke huisstijl.