Samenwerking

Categorie: 

Tags: 

Omschrijving: 

Wie niet rijk is, moet creatief zijn. Omwille van de kleine budgetten is de slagkracht van cultuurorganisaties vaak beperkt. Samenwerking is een beproefde methode om de slagkracht te vergroten. Door samenwerking kun je de beperkingen én de troeven van je eigen organisatie combineren met die van andere partners, om samen tot een geheel te komen dat méér is dan de som van de delen.

De cultuursector wordt niet in de eerste plaats gestuurd door concurrentie en financiële argumenten. Samenwerking lijkt dan ook de logica zelve en in de praktijk wordt er inderdaad vlot samen gewerkt voor onder meer de organisatie van evenementen, de afstemming van cultuuraanbod of communicatie en marketing. De samenwerking kan zowel projectmatig zijn als structureel. In dit onderdeel besteden we bijzondere aandacht aan samenwerking tussen culturele organisaties en lokale overheden, omdat ze natuurlijke partners zijn in het versterken van het totale cultuuraanbod én het communiceren erover.


Ook in het decreet voor lokaal cultuurbeleid wordt er heel wat aandacht besteed aan structurele en projectmatige samenwerkingsverbanden. LOCUS biedt als steunpunt kwaliteitsvolle ondersteuning aan alle lokale actoren betrokken bij dit decreet voor lokaal cultuurbeleid.

 

  1. Samenwerken vanuit de "Zone30"-idee kan op verschillende manieren en niveaus: binnen een gemeente of stad, op regionaal niveau en zelfs grens- of gemeenschapsoverschrijdend.
     
  2. Maak duidelijke afspraken over hoe, waarom en waarover er samengewerkt zal worden. Hoe duidelijker dit omschreven is, hoe minder kans op misverstanden of verkeerde verwachtingen. Stel vooraf duidelijk wat het gemeenschappelijke doel van de samenwerking is. Verschillende verwachtingen over de te behalen resultaten is een van de grote struikelblokken bij samenwerking.
     
  3. Maak een strategisch plan op dat onderschreven wordt door alle betrokkenen. Ontwikkel daarbij zowel een visie op lange termijn als een actieplan op korte termijn.
     
  4. De samenwerking dient meerwaarden te bieden die elke organisatie voor zich niet kan bereiken. Maar de samenwerkingsprojecten dienen ook te passen binnen de doelstellingen van elke organisatie. Als de betrokkenen de samenwerking zien als een last in plaats van een verlengstuk van hun eigen werking, zal het effect navenant zijn.
     
  5. Samenwerking betekent compromissen sluiten. Zorg ervoor dat ieders visie aan bod kan komen. Er is dus nood aan gestructureerd overleg waarin alle partijen hun zeg kunnen doen. Maak gebruik van participatieve overlegmethoden om ervoor te zorgen dat ook de zwakkere, kleinere of stillere partners voldoende hun stem kunnen laten horen.
     
  6. De overlevingskans van de samenwerking is recht evenredig met het ownership: hoe meer het samenwerkingsverband betekent voor de betrokkenen, hoe groter de overlevingskans. Besteed dan ook de nodige aandacht aan de bestendiging en het zichtbaar maken van het netwerk van partners.
     
  7. Hou rekening met de grootte van de verschillende partners. Een samenwerking tussen partners met een verschillende grootte of slagkracht is mogelijk, maar daarbij dien je goed in de gaten te houden wat de inbreng is van elke partner. Dient deze inbreng in verhouding te zijn tot de grootte van de partners? Of kunnen kleinere partners specifieke kennis binnen brengen in de samenwerking waar de grotere partners niet over beschikken?
     
  8. Hoe meer partners, hoe ingewikkelder de samenwerking. Meer partners betekent meer kans op misverstanden en tegengestelde visies. Zorg ervoor dat het werkbaar blijft. Bijvoorbeeld door werkgroepen in te schakelen die bepaalde onderdelen uitwerken of uitvoeren en rapporteren aan de grotere groep.
     
  9. Koken kost geld, maar samen koken voor een grotere groep kan wel een effectievere besteding van middelen betekenen. Echt besparen zal je er misschien niet mee doen, maar als je meer bereikt met hetzelfde budget is er toch een vorm van winst.
     
  10. Hoewel samenwerking mogelijk een besparing kan opleveren, kost de praktische organisatie zeker energie en tijd. Alle partners dienen overtuigd te zijn en te blijven dat die (tijds)investering de moeite loont.